Home

Allerhande info i.v.m. Briek Schotte

Deze pagina wordt nog verder aangevuld, indien je zelf info hebt, stuur deze dan gerust door naar info@desselgem.net.
Bronnen : http://velopalmares.free.fr, http://users.pandora.be/patrick.vercambre/index.html, Gazet van Antwerpen http://www.gva.be , http://www.dewielersite.net, http://blog.seniorennet.be/wareber
Algemene info.
Links over Briek op Wareber.
Het Schotte lied (link naar Wareber)
Interview met Briek in de zomer van 2002.
GP Briek Schotte Desselgem: Palmares.
GP Briek Schotte Desselgem: foto's 2003.
Website Wareber, zoek op 'Schotte' en vind tal van weetjes en links over Briek.
'Briek Schotte' door wielerdichter Willie Verhegghe.

Alberic Schotte

geboortedatum 07-09-1919
geboorteplaats Kanegem
overleden 04-04-2004
plaats van overlijden Kortrijk, België
professional 1940-1959


ploegen/teams
1940-1941 Mercier-Groene Leeuw
1942 Mercier-Thompson
1943 Europe-Thompson
1944 Helyett
1945-1955 Alcyon
1956 Faema-Van Hauwaert
1957 Peugeot
1958 Mann-Libertas
1959 Mann-Flandria


Bijnamen
Briek, IJzeren Briek, De laatste der Flandriens

Belangrijkste resultaten
1939: Tour de l'Ouest
1941: Kampioenschap van Vlaanderen Koolskamp (Bel)
1942: Ronde van Vlaanderen
1945: Nokere Koerse
1946: Ronde van Luxemburg
1946: Omloop Mandel-Leie-Scheld
1946: Parijs-Brussel
1946: Parijs-Tours
1947: 21e etappe Tour de France, Parijs
1947: Parijs-Tours
1948: Ronde van Vlaanderen
1948: Wereldkampioenschap op de weg, Valkenburg
1949: GP Stad Vilvoorde
1950: Gent-Wevelgem
1950: Aalst Criterium
1950: 5e etappe Ronde van Nederland, Eindhoven
1950: Wereldkampioenschap op de weg, Moorslede
1952: Parijs-Brussel
1953: Dwars door België
1954: Kampioenschap van Vlaanderen
1955: Gent-Wevelgem
1955: Dwars door België
1955: Grote Scheldeprijs
1956: G.P. Bali (etappe + eindklassement)
1958: Omloop van de Westkust

(http://www.dewielersite.net)

(Terug)


Interview met Briek Schotte in de zomer van 2002.

BRIEK SCHOTTEHet leven zit vol verrassingen. Zelfs als je Briek Schotte heet en een wereldoorlog, vier Tour-deelnames en een niertransplantatie hebt overleefd. 'IJzeren Briek' wordt in september 83, maar twee weken geleden raakte hij nog betrokken bij een valpartij op het Belgisch Kampioenschap in Maldegem. "Een trapke gemist naar het podium en het vel van mijn scheen opengehaald", grijnst de Flandrien. Los van dit akkefietje is Briek Schotte, die een goed jaar geleden een nieuwe nier kreeg, weer zo gezond als een bliek. In zijn mooie buitenhuis in Bredene onderhoudt hij ons twee uur lang over de Ronde en de essentie van het koersen: demarreren, afzien en stampen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt.

Zoals steeds doet hij zijn verhaal in het Kortrijks. Een taal die hem op het knoestige lijf is geschreven. Tjolen, vrochten, force, woorden als vuistslagen, die hij snel en afgebeten uitspreekt. Wanneer hij op aangeven van zijn vrouw Gilberte (77) herinneringen ophaalt aan zijn twee wereldtitels en zijn triomfen in de Ronde van Vlaanderen zien we zijn gitzwarte oogjes opgloeien in zijn doorgroefde gelaat. Maar de Tour laat nog steeds een wrange nasmaak. "Van 1940 tot 1947 is er geen Tour de France gereden. Als sportman was ik toen in de bloei van mijn leven. De oorlog heeft mij mijn beste jaren als coureur gekost", mijmert hij en kijkt naar de dreigende wolken die van over de duinen komen aangejaagd.
    In gedachten zien we het sepiakleurige beeld van de jonge Briek Schotte opdoemen. Een kromgebogen coureur met een stofbril op zijn neus en twee tubes rond zijn schonkige borstkas. De exploten van de laatste Flandrien behoren inmiddels tot de Vlaamse volkslegendes. En ook al zijn ze door de jarenlange mondelinge overlevering misschien wat aangedikt, ze blijven te mooi om niet te worden verteld.
    Neem bijvoorbeeld de Tourrit over de Col du Galibier in 1948, het jaar waarin Briek Schotte tweede eindigde in het eindklassement. Het sneeuwde en ijzelde zo hard boven op de berg, dat de renners nog amper hun stuur konden vasthouden. Achteraf beweerde de Fransman Raymond Impanis dat hij zijn lekke tube met zijn tanden van de velg had getrokken. Briek geeft geen krimp wanneer we de anekdote vertellen.
    "Ha ja, zo ging dat in die tijd. Niemand wist bij het vertrek welk weer het zou zijn boven op de col. En volgwagens waren er niet. Als de beklimming begon, stonden we er helemaal alleen voor. Hitte, dat had ik niet graag. Maar sneeuw en ijs waren mijn bondgenoten. Niet dat ik dat plezant vond, maar ik kon er wel beter tegen dan die Spaanse en Italiaanse klimmers. Ik heb het zelf meer dan eens meegemaakt dat mijn vingers stijf stonden van de kou en ik aan een toeschouwer moest vragen om mijn tube te helpen verwisselen. Nu zijn die tubes met lijm aan de velg vastgekleefd, maar in mijn tijd was dat nog met kleeflint. En de wielen waren vastgezet met vleugelmoeren, die we met onze hiel moesten losstampen. En dan maar hopen dat ze niet afbraken. Ik had altijd een steeksleutel, twee reservemoeren en een set remblokjes op zak, voor na de afdaling. Want wij vlogen de Tourmalet ook met meer dan 70 km/u naar beneden. Toen lag daar alleen een soort geitepad met putten en grind in de bochten. Dat waren geen boulevards zoals nu.
De omstandigheden waren misschien wel zwaarder, maar werd er in elke rit ook even hard gereden?
Briek Schotte: Mo vent toch, toen reden we in landenploegen maar ploegenspel bestond niet. Vanaf de eerste kilometers was het ieder voor zich en ge moest maar zorgen dat ge mee waart. Als er nu drie lossen in de bergen, zijn er direct dertig anderen die een groepje vormen om net binnen de tijdslimiet over de streep te bollen. Dat bestond niet in mijn tijd. Wie loste, bleef achter. En als je te veel tijd verloor kon je naar huis, zonder pardon. Dat spektakel mis ik nu wel in de Tour, er wordt niet meer genoeg geëlimineerd.
    De Tour van 1947, de eerste na de oorlog, zal ik nooit vergeten, want het was de warmste van de eeuw. Een individuele tijdrit van 120 kilometer en voor de rest allemaal ritten van 250 tot 300 kilometer bij meer dan 35 graden. Nu rijden ze in het uiterste geval 220 kilometer. En als je denkt dat het toen niet zo rap ging, kijk dan maar eens de gemiddelden na. In 1947 is Jean Robic even snel over de Peyresourde gereden als Marco Pantani in 1998. Met een fiets van 12 kilo waar maar 10 versnellingen opstonden en waarvan alle stappe de ketting afliep.
1948 was in alle opzichten je topjaar: je bent getrouwd met Gilberte, je hebt de Ronde Van Vlaanderen gewonnen, de wereldtitel behaald en je bent ook nog eens tweede geworden in de Tour. Weliswaar op 25 minuten van eindwinnaar Gino Bartali. Wellicht had je zonder de oorlog ooit de Tour kunnen winnen.
Neen, die pretentie heb ik niet. Bartali was in die jaren ongenaakbaar, zeker in het hooggebergte. Alleen in Coppi heeft hij later zijn meerdere moeten erkennen. Maar ik weerde mij om die echte klimmers zo lang mogelijk te volgen, op karakter. Als ge niet afgeeft, kunt ge veel. Want die 25 minuten achterstand heb ik eigenlijk vooral opgelopen in de rit naar Lourdes, tijdens de afdaling van de Col d'Aubisque. Vier keer ben ik daar lek gereden, vier keer! En we mochten maar twee tubes bij hebben van de organisatie. Gelukkig hebben twee collega's die passeerden mij elke keer gedepanneerd. Maar uiteindelijk heeft die hele miserie mij meer dan 17 minuten gekost. Ik heb het onlangs uitgerekend. Zonder de bonificatietijd die Bartali er in die rit nog eens heeft bijgekregen, zou ik aan de finish in Parijs hooguit 5 minuten achterstand hebben gehad.
SCHOTTE

Briek Schotte weet geen blijf met zijn geluk nadat hij in 1950 het wereldkampioenschap in Moorslede heeft gewonnen. Rechts zijn vrouw Gilberte.

Het is bekend dat jij niet houdt van wieltjeszuigers en cijferaars zoals Zoetemelk of Indurain indertijd. Moet een wielrenner dan altijd voor spektakel zorgen? Is winnen al niet moeilijk genoeg?
De mensen komen voor het spektakel, punt. En daar werd vroeger veel meer rekening mee gehouden. Neem nu die ploegentijdrit van gisteren, dat is toch om bij in slaap te vallen? Daarbij is het ook niet eerlijk. Een goeie coureur moet tegenwoordig een superploeg hebben, of hij is bij voorbaat verloren. Dat was indertijd ook al het grote probleem van Lucien Van Impe. Man tegen man kon hij met de besten wedijveren. Maar in de ploegentijdrit verloor hij meer dan vier minuten omdat hij altijd in een tweederangsploeg reed.
    De saaiste Rondes waren natuurlijk die met Miguel Indurain. Een supercoureur, vijf keer de Tour gewonnen, maar wat heeft hij ooit laten zien? Niets, nul komma nul. Mannen als Merckx, Coppi of Bartali wonnen de tijdrit, vier vlakke ritten en drie bergritten. Dát waren kampioenen. Vandaag komt alleen Marco Pantani in hun buurt. Spijtig dat hij er dit jaar niet bij is.
En Lance Armstrong dan? Vorig jaar op Hautacam ranselde hij al zijn concurrenten uiteen. Als dat geen demonstratie van panache was?
Lance Armstrong is een buitengewone renner. Uit hetzelfde hout gesneden als Greg Lemond, die andere Amerikaander die drie keer de Tour heeft gewonnen. Maar hij is geen echte rasklimmer. Hij versnelt en houdt dat hoge tempo aan tot boven, puur op de macht. Precies zoals Louison Bobet of Eddy Merckx dat deden. Gevleugelde klimmers zoals Bartali, Van Impe of Marco Pantani peddelen met korte tempoversnellingen naar boven. Soms lijken ze even stil te vallen, maar vijf minuten daarna vallen ze weer aan. Dat is sport van het hoogste niveau, daar kan ik het meest van genieten.
Maar Pantani is wel al een paar keer op doping betrapt. Ook Jan Ullrich is vorige week tegen de lamp gelopen. Stoort je dat niet?
Pfft, al die dopingverhalen. Ik denk daar het mijne van. Als ik in mijn jaren als sportdirecteur (van 1959 tot 1980, red.) meer dan 1.000 kilometer aan een stuk moest rijden met de auto, nam ik altijd een captagonneke. Om helder van geest te blijven aan het stuur. Maar van zo'n klein wit pilleke ga je wel geen trap harder met de fiets rijden. Moet dat dan op de dopinglijst staan? Ik vind van niet. Die bloeddoping van tegenwoordig, dat is gevaarlijk. Maar dat hebben de coureurs niet uitgevonden, hé. Dat ze dus maar de dokters straffen. In mijn tijd was er geen medische begeleiding, en het gevolg was dat er ook geen doping bestond.
Komaan hé, Briek. De Nederlandse renner Wim Van Est, een generatiegenoot van u schrijft in zijn biografie: 'Voor elke Tour-rit nam Coppi een handvol pillen die hij met een slok water doorspoelde. Een echte slikker.'
Ik heb altijd een grenzeloze bewondering gehad voor Fausto Coppi en ik heb dat nooit gezien. Ik zeg niet dat Van Est liegt, maar wist hij wat er in de pilletjes zat? Want een coureur die zich prepareert voor de start, haalt nooit de finish. Misschien nam Coppi wel een gewone pijnstiller die hij in vieren had gebroken. Coppi, Bartali, dat waren goeie maten van mij die ik ook buiten de koers vaak zag. En nooit of nooit heb ik iets verdachts gezien bij die mannen.
In 1955 stuikte de Franse renner Jean Mallejac bewusteloos van zijn fiets op de flank van de Mont Ventoux. 'Gedrogeerd', was de diagnose van de Tour-arts. Dat was 12 jaar voor de dood van Tom Simpson.
Ik herinner mij dat. Maar Mallejac was niet dood, hé. Hij leeft nog altijd, zo erg zal het dus wel niet geweest zijn. Tom Simpson was iets anders. Die ben ik met de auto voorbijgereden net voor hij de eerste keer van zijn fiets viel. Het was snikheet en ik weet nog dat ik tegen mijn mecanicien zei: 'amai, die zijn ogen staan dof'. Een paar uur later aan de arrivee in Cavallon vernam ik dat hij gestorven was.
Heb jij ooit van de verboden vrucht geproefd Briek? Toen Cofidis-renner Nico Mattan zich onlangs in een interview opwond over de te strenge dopingregels van de UCI, zei hij: 'Denk je misschien dat Briek Schotte de Tour op droog brood reed?'
(Windt zich op) Dat is dus allemaal praat, hé. Tijdens de koers leefde ik op boterhammen met kaas en hesp, geroosterde kippenbilletjes en rijsttaartjes. Ik heb wel nooit biefstukken of ander rood vlees gegeten, nog steeds niet trouwens. En in mijn achterzak staken twee wikkels papier waar elk tien suikerklontjes inzaten. Die gooide ik vlak voor het ingaan van de finale in mijn drinkbus. Meer was er niet. Ik ben het levende bewijs dat je de Tour kunt rijden zonder stimul. Ik heb tot mijn veertigste gekoerst en ik ben nog altijd gezond.
Ons land slaagt er al meer dan 25 jaar niet meer in één deftige ronderenner voort te brengen. Heb jij daar een verklaring voor?
Ik weet het niet. Ik denk dat het veel met karakter en mentaliteit te maken heeft. Kijk naar Frank Vandenbroucke, de meest getalenteerde coureur die België gehad heeft sinds Freddy Maertens. Ik ben jaren sportdirecteur geweest van Maertens, dus ik kan het weten. Zoals Frank drie jaar geleden Luik Bastenaken Luik en die bergritten in de Vuelta heeft gewonnen, dat was briljant. Wat is er met die jongen gebeurd? Niemand die daar het fijne van weet. Maar als zijn gestel niet geschonden is en hij kan er zijn zinnen op zetten, dan kan hij zeker de Vuelta en de Giro winnen. En misschien zelfs het podium halen van de Tour.
Briek, jij wordt altijd vergeleken met Johan Museeuw. Maar voel je jezelf eigenlijk niet meer verwant met iemand als Andrei Tsjmil?
Dat is just. Ik was Tsjmil twee, of liever Tsjmil was Schotte twee. Nu is hij net gestopt, maar als ik hem vroeger op tv bezig zag, dan zag ik mezelf. Een korte, gestuikte atleet die een formidabele finale kon rijden en instinctief op het juiste moment wegsprong. Ik heb Tsjmil nooit horen zagen of klagen. Hij had niet de pure klasse van een Frank Vandenbroucke, maar wel een heel sterk karakter. Ook als hij een mindere dag had, gaf hij nooit af. Altijd voorttjolen, net als ik.

Pieter Leuridan (Gazet van Antwerpen)

(Terug)




GP Briek Schotte Desselgem: Palmares.

1 / 1941 : B.SCHOTTE
2 et 3 / 1942 : a) B.SCHOTTE b) B.SCHOTTE
4 / 1943 : A.DEFOORT
5 / 1945 : R.DESMET
6 et 7 / 1947 : a) M.MEERSMANS b) N.CALLENS
8 / 1948 : A.MAELBRANCKE
9 / 1949 : R.DECOCK
10 / 1950 : A.MAELBRANCKE
11 / 1953 : H.DENIJS
12 / 1954 : G.DECRAEYE
13 / 1955 : G.DESMET
14 / 1956 : G.DERIJCKE
15 / 1957 : E.SEVEREYNS
16 / 1958 : P.BORREMANS
17 / 1959 : G.DESMET
18 / 1960 : G.DESMET
19 / 1961 : A.DE CABOOTER
20 / 1962 : N.KERKCHOVE
21 / 1963 : G.DESMET(4)
22 / 1964 : J.GEKIERE
23 / 1965 : Wi.PLANCKAERT
24 / 1966 : D.VAN RIJCKEGHEM
25 / 1967 : R.VAN LOOY
26 / 1968 : J.HUYSMANS
27 / 1969 : R.VAN LOOY
28 / 1970 : E.LEMAN
29 / 1971 : E.JANSSENS
30 / 1972 : C.CALLENS
31 / 1973 : W.GODEFROOT
32 / 1974 : W.VAN MALDERGHEM
33 / 1975 : H.VANSPRINGEL
34 / 1976 : W.PEETERS
35 / 1977 : A.SCHIPPER
36 / 1978 : W.PEETERS
37 / 1979 : J.DENUL
38 / 1980 : F.VAN LOOY
39 / 1981 : An.DIERICKX
40 / 1982 : E.PLANCKAERT
41 / 1983 : Y.LAMOTE
42 / 1984 : P.VERSLUYS
43 / 1985 : D.HEIRWEG
44 / 1986 : J.CAPIOT
45 / 1987 : D.DEMOL
46 / 1988 : J.MUSSEUW
47 / 1989 : J.M.VERNIE
48 / 1990 : G.DE BACKER
49 / 1991 : P.EYK
50 / 1992 : J.VERSTREPEN
51 / 1993 : B.LEYSEN
52 / 1994 : H.REDANT
53 / 1995 : J.KOERTS
54 / 1996 : W.OMLOOP
55 / 1997 : W.FEYS
56 / 1998 : J.PLANCKAERT
57 / 1999 : J.MUSSEUW
58 / 2000 : M.VAN HEESWIJK
59 / 2001 : W.PEETERS
60 / 2002 : S.VANTHOURENHOUT
61 / 2003 : W.CRETSKENS
62 / 2004 : W.CRETSKENS
63 / 2005 : W.WEYLANDT
(http://velopalmares.free.fr)

(Terug)

Desselgem 19 september 2003 : foto's.

Desselgem: dat is de koers van legende Briek Schotte

Ook Johan Museeuw is hier vaak op zijn best getuige zijn twee overwinningen in Desselgem.
Zijn eerste overwinning bij de profs was trouwens ook in Desselgem.

De ploeg van Patrick Lefevere was heer en meester in de koers, zoals hier in het afstoppen bij het ingaan van de 12de ronde, met Johan meesterlijk op kop.

Zegevierende aankomst van Wilfried Cretskens, die zijn twee metgezellen waaronder ploegmaat Nick Nuyens, in de steek had gelaten in de laatste ronde.

Een gelukkige Wilfried Cretskens met een al even fiere Briek Schotte.

.

(http://users.pandora.be/patrick.vercambre/index.html)

(Terug)


'Briek Schotte' door wielerdichter Willie Verhegghe.

Een man van ijzer met een hart van goud,
een brok Vlaams geweld dat in de Ronde
moeilijk te temmen is: dat is Briek.
de tubes rond borst en nek gedraaid,
de drinkbus geblutst, het hoofd gedeukt.

Als een stier - een stormram van vlees -
nooit buigen voor de overmacht
van wind en kou en regen. Of voor de kracht
van tegenstrevers die hem als duivels
op de hielen en de wielen zitten.

Nu rust hij in de pluchen zetels
van hoge leeftijd en heroïsche herinnering.
In gedachten zijn handen om het stuur,
de oude scherpe kop mooi rechtop.
En elke dag fietsen. Als kermis voor de benen.

(Terug)